Nieuw stadion: hoe zit het met de financiering?

De Vlaamse regering hakt op 5 september de knoop door in het stadiondossier van Club Brugge, en heeft daarvoor nog twee mogelijke locaties weerhouden: het “project-Loppem” van Club Brugge, en het alternatieve voorstel “Brugge Noord” (Blankenbergsesteenweg). Vandaag vergelijken we voor u de financiering van beide sites. Daarbij is snel duidelijk dat de “stadionplannen” voor Brugge Noord puur theoretisch en onhaalbaar zijn.

Financiering in Brugge Noord: onhaalbaar

Om aan de Blankenbergsesteenweg West in het noorden van Brugge een stadion te bouwen, wordt gedacht aan een publiek-private samenwerking (PPS). Daarbij zou de lokale overheid 30 miljoen euro investeren, maar het is hoogst onduidelijk waar dat bedrag vandaan moet komen. De gemeenteraad van Brugge wenst de opbrengsten uit een mogelijke herontwikkeling van de site Jan Breydel immers niet te investeren in een stadion. Dezelfde Brugse gemeenteraad besliste overigens in haar zitting van 26 februari 2008 met een absolute meerderheid om het “project-Loppem” middels privé-financiering te steunen.

Daarnaast wordt voor Brugge Noord ook een financiële injectie van minstens 23 miljoen euro van de Vlaamse Regering gevraagd. Andermaal stelt zich de vraag: is dit geld er, of waar wordt het gehaald? De Vlaamse Regering besliste immers om “slechts” 50 miljoen euro vrij te maken voor 5 Vlaamse stadions. Een privé-partner voor de financiering van het bijhorende winkelcentrum is er voor het voorstel Brugge-Noord niet. Daarnaast wordt een bijdrage verwacht van Club Brugge en Cercle Brugge van 1 miljoen euro per jaar, een bedrag dat onhaalbaar is voor Club.

Financiering in Loppem: realistisch

Het project aan de Oostkampse Baan in Loppem, wordt volledig gefinancierd door privé-partnership. Het stadion zal namelijk gefinancierd worden door de huurinkomsten van een winkelcentrum. Hiervoor is dus geen financiële tussenkomst van de overheid (en van de belastingbetaler) vereist. Enkel voor de ontsluiting richt Club Brugge zich tot de overheid, waarbij de voorziene kosten in totaal 5,7 miljoen euro belopen. Geen habbekrats, maar slechts een fractie van de kost die de belastingbetaler moet dragen in het alternatieve voorstel.

 




| Terug |