Blue Army, de supportersorganisatie die wedstrijden van Club Brugge meer kleur en vooral meer sfeer wil bezorgen, is niet opgezet met het voorstel van de Vlaamse Bouwmeester om nu toch het Jan Breydelstadion te verbouwen en uit te breiden. Dat is geen stap vooruit!
Onze verplaatsing twee weken geleden naar het Noorse Brann Bergen duwde ons nogmaals met de neus op de feiten. Qua infrastructuur hinkt het Belgische voetbal mijlenver achterop ten opzichte van landen waar we vroeger wat meewarig naar omkeken. Er moet meer gebeuren dan enkele nieuwe stadions om het vaderlandse voetbal opnieuw op Europees niveau te tillen, máár het zou een belangrijke rol kunnen spelen in de heropleving, dat staat buiten kijf.
Blue Army is resoluut gekant tegen het verbouwen van Jan Breydel en is vóór een verhuis naar een splinternieuw project in Loppem. De toekomst van Club Brugge ligt ons té nauw aan het hart om er anders over te denken, want die toekomst staat of valt met voetbal op een nieuwe site. Een plan dat op geen enkel vlak beter scoort dan een volledig nieuw project is een veel te groot risico en hypothekeert de toekomst van onze Club.
Blue Army ziet in het voorgestelde renovatieplan de samenwerking met Cercle Brugge als een blijvende stoorzender, die alleen maar versterkt zou worden met een project op de grondvesten van het huidige stadion van beide Brugse clubs. Grote infrastructuurwerken zijn tegenwoordig niet denkbaar zonder privé-investeerders. Geen geld is geen plan, zo simpel is het. Maar, wie gaat dat voor Club én Cercle samen willen doen? En hoe zou dat over beide partijen moeten verdeeld worden? Hoe kan men bovendien tegemoet komen aan de noden van een grote Club met Europese uitstraling en een ploeg wiens ambitie veel minder ver reikt ? De huidige infrastructurele behoeftes van beide verenigingen liggen volgens ons te ver uit elkaar om verenigbaar te kunnen zijn.
Maar ook op vlak van timing en planning van de werken vrezen we voor grote problemen. Bij thuiswedstrijden van Club Brugge is het Jan Breydelstadion telkens tot de nok gevuld. Het lijkt onmogelijk om daar tijdens het seizoen aan te werken. Veiligheid, organisatie, beschikbare plaatsen, drie knelpunten waar meteen een rood licht gaat voor branden.
Het Clubbestuur haalde voorts de mobiliteitsproblemen al aan. Clubsupporters staan vandaag al aan te schuiven van op de E40. Wat moet dat worden als er nog eens tien- tot vijftienduizend fans meer opdagen? File van in Aalter? Er zijn ook geen parkeerplaatsen rond het stadion, geen toereikende wegeninfrastructuur, enzovoort. Het idee van de randparking en de pendelbussen is elegant, maar zijn hiervoor voldoende simulaties gemaakt die zo’n oplossing rechtvaardigen? Wat gebeurt er bij vrijdagavond- of midweekwedstrijden (Europees voetbal) als de meeste supporters net op tijd, en dus verdeeld over slechts een heel korte tijdspanne, aankomen?
Het voor ons meest cruciale punt hebben we dan nog niet aangeraakt. Ook als supporter blijven wij al jaren op onze honger zitten. Aangezien Club geen eigenaar is van het Jan Breydelstadion, kunnen we onze vakken niet indelen zoals we het zelf zouden willen. De structuur van de Noord- en Zuidtribune (waaraan bij verbouwing aan de basis weinig zou veranderen) biedt géén mogelijkheden om ons als hechte supportersclan te groeperen.
Ook op visueel vlak worden de mogelijkheden beperkt in Jan Breydel. De eigenheid van onze vereniging is niet terug te vinden in het stadion en zal er ook nooit kunnen komen zolang het stadion gezamenlijk gebruikt wordt. Een stadion met blauw-zwarte stoeltjes, grafitti, spandoeken, het Clublogo, afbeeldingen van de spelers enzovoort, daar kan je je als supporter mee identificeren. Zo’n stadion weerspiegelt onze trots voor Club.
Het Jan Breydelstadion zal nooit Clubs eigen stadion worden en zolang zullen we als het ware gegijzeld worden in ons stadion! Dan spreken we vermoedelijk niet alleen voor onze 1600 leden, want ook heel wat andere Clubfans smachten naar een verhuis richting Loppem.
Club Brugge moet snel een achterstand inhalen om zich terug in het peloton te hijsen. De enige reactie kan maar zijn om dan "een tandje bij te steken" en niet aan te sturen op een "surplace".
| Terug |



